Ilse Jans

Praktijk voor psychotherapie

Voor ouders

Thomas van 12 is enig kind. Zijn mama is 2 jaar geleden overleden aan kanker. Zijn pa is door een heel moeilijke periode gegaan. Maar stilaan gaat het beter. Thomas is zonder problemen aan zijn middelbaar begonnen. Maar op het kerstrapport bleken zijn cijfers plots gekelderd te zijn. Hij lijkt het zich niet veel aan te trekken. Thomas

trekt zich terug op zijn kamer, achter zijn computer.

Ellen was altijd een vrolijk en actief kind. Sinds haar puberteit gaat het bergaf. Ze voelt zich onzeker tussen

leeftijdsgenoten. Ze klaagt vaak van erge hoofdpijn, die soms zo erg wordt dat ze moet thuisblijven van school.

Thuis voelt ze zich beter, is ze meer op haar gemak. Ze laat de scouts en turnkring vallen, omdat ze liever thuisblijft.... Haar moeder begrijpt dit niet: als je 16 wordt, dan wil je net toch vanalles met je vriendinnen gaan doen !?

Dit zijn voorbeelden. Ieder kind is uniek en zal dan ook op zijn eigen manier omgaan met moeilijke situaties en emoties.

Kinderen of jongeren die een verlies meemaken, kunnen emotioneel uit evenwicht geraken. Dat kan kort na het verlies gebeuren, maar ook jaren daarna. Het is dan soms moeilijk om de link met het verlies nog te leggen.

Verlies kan hier begrepen worden in ruime zin: verlies door een overlijden, door echtscheiding, maar ook verhuis, ziekte van een gezinslid of het kind zelf, verlies van zelfvertrouwen, verlies van veiligheid, van aandacht,…..

Soms zijn kinderen of jongeren niet zo goed in staat om hun intense emoties te hanteren. Woede, verdriet, angsten, onmacht,….. Het leeft, het ‘broeit’ binnen in hen, maar ze weten niet wat daarmee te doen, hoe ermee om te gaan.

Soms gaan kinderen of jongeren hun emoties onderdrukken, bv. om de ouder(s) te sparen. Maar die

emoties blijven wel bestaan, diep vanbinnen. Ze kroppen op. Ze sluiten hun 'emotionele vat' af. Er kan niets meer uit....

Vaak zien we dan ‘signaalgedrag’ verschijnen. Gedragingen die ons verontrusten en die een signaal geven dat ‘er iets aan de hand is’, ‘dat het niet meer gaat’…..

Signaalgedrag kan heel uiteenlopend zijn: zich sociaal terugtrekken, apathie, teruglopende schoolresultaten, concentratieproblemen, arrogantie, woedeaanvallen of agressief gedrag (naar anderen toe, of gericht tegen zichzelf), aanklampend gedrag, scheidingsangst of andere vormen van angst, buikpijn, hoofdpijn, enz...

Dergelijke signalen zijn meestal aanleiding om hulp te zoeken.

Soms moet aan het signaalgedrag zelf wat gedaan worden (bv.agressief gedrag kunnen we niet tolereren. Dan moeten we het kind of de jongere alternatieven aanreiken om zijn of haar woede te uiten).

Het is belangrijk om samen met het kind of de jongere op zoek te gaan naar de boodschap die achter dat signaalgedrag zit. Welk verlies zit daar dat (nog) niet verwerkt is, welke kwetsuur, welke emotionele nood?

En ook: welke rem zit er daar op? Wat heeft dit kind nodig om terug verder te kunnen ontwikkelen, om terug meer zichzelf te worden?

Wanneer het kind of de jongere zelf voeling krijgt met de kwetsuur vanbinnen, zijn eigen manieren vindt om zijn gevoelens daarrond te uiten, is het aan het verwerken. Doorgaans zien we het signaalgedrag dan ook verdwijnen.

Nog belangrijk om weten:

Is je kind jonger dan 14 jaar, dan zal ik eerst de ouders zien voor een intakegesprek. Beide ouders dienen akkoord te gaan met de begeleiding.

Maar vanaf een jaar of 14 gaat het intakegesprek met de jongere zelf door, al dan niet met de ouders erbij. De ouders kunnen in de loop van de therapie zeker wel betrokken worden.

Vanaf 16 jaar heeft de jongere recht op beroepsgeheim. Ouders kunnen dan betrokken worden mits toestemming van de jongere. Indien aangewezen probeer ik steeds wel een opening te maken naar ouder-kind-gesprekken. In uitzonderlijke gevallen (bv. bij suïcidaliteit) kan dit beroepsgeheim doorbroken worden.

Gesprekken met kinderen en jongeren gaan soms best door in afwezigheid van de ouders. Juist omdat kinderen hun ouders willen sparen, zullen ze zich niet volledig uiten. Bij een psycholoog kunnen ze wel alles eruit gooien,

zonder schrik te hebben dat ze iemand verdriet doen.

Zowel kinderen als jongeren hebben recht op vertrouwelijkheid. Wat zij tegen mij zeggen, zal niet zomaar doorverteld worden, ook niet aan de ouders. Soms echter is het nodig dat bepaalde zaken worden verteld aan de ouders, en eventueel ook aan de leerkracht. Om het kind beter te begrijpen en te kunnen helpen. Deze informatie zal altijd met medeweten van het kind of de jongere verteld worden. Meestal moedig ik het kind aan om zelf aan de ouders te vertellen wat er aan de hand is.

Uiteraard worden ouders soms ook uitgenodigd om actief mee te werken.